Lithobates catesbeianus

Amerikaanse stierkikker

Uiterlijke kenmerken
Grote kikker. Lengte tot meer dan 20 cm, maar meestal 10-18 cm. Pupil horizontaal elliptisch. Rug bruin tot olijfgroen, soms met donkere vlekken. Bij bruine dieren is de kop vaak wel groen(ig). Geen lichtgroene lengtestreep midden op de rug. Buik is vuilwit, meestal met grijze vlekken. Trommelvlies groot, bij vrouwtjes 1 tot 1,5 keer zo groot als oog, bij mannetjes 2 keer zo groot als oog. Geen klierlijsten op de grens van flank en rug. Wel een boogvormige klierlijst vanaf het oog, om het trommelvlies heen (bovenlangs) tot aan de basis van de voorpoot. Krachtige zwemvliezen tussen de tenen. Mannetjes hebben donkere paringskussens op de duimen. De keel is bij hen gelig, bij vrouwtjes meer crème. Enkelvoudige kwaakblaas (in de keel).

Verspreiding
Komt oorspronkelijk uit oostelijk Noord Amerika. Is in verleden veelvuldig naar Europa geïmporteerd als huisdier, met name voor in tuinvijvers. Is massaal ontsnapt of losgelaten. Op enkele plekken in Europa hebben zich populaties gevormd die zich ook voortplanten. Ze vormen een bedreiging voor, onder andere, de daar inheemse kikkers omdat ze die opeten, maar ook vanwege voedselconcurrentie. Plant zich in Nederland momenteel niet voort (voor zo ver bekend). Enkele kilometers over de grens tussen Noord-Brabant en België wel. Daar zitten grote aantallen in de vallei van de Grote Nete, hier zijn ook larven aangetroffen.

Biotoop
In oorspronkelijke leefgebied in allerlei typen water. In Europa een voorkeur voor grotere stilstaande, zonnige, ondiepe wateren met veel oever- en watervegetatie. Zoals de ondiepe oeverzones van meren en rivieren.

Levenswijze
Echt een waterkikker, begeeft zich in of direct bij water. Zowel dag- als nachtactief, maar meeste activiteit in de schemer en 's nachts. Pasgelegde eiklompen drijven als een plakkaat op het water, maar zinken al snel. Ze bevatten 10.000 tot 20.000 eieren. Na 7-12 dagen komen de larven uit, ze zijn dan 1,2-1,5 cm lang. Larven zijn bruingroenig op de rug, de buik is wit. De larven metamorfoseren vaak pas na meer dan een jaar. Ze worden soms tot wel meer dan 16 cm lang. Pas gemetamorfoseerde kikkertjes zijn 2,5 tot 6 cm lang en zijn na 2-3 jaar volwassen. Stierkikkers voeden zich met alles wat beweegt en in hun bek past zoals kikkers (andere soorten of kleinere exemplaren van de eigen soort), kleine waterslangen en kuikens van watervogels. Overwintert ingegraven aan land of in de sliblaag onder water.

Trefkans
Grootste kans door op hun typische roep af te gaan. Bij benadering vluchten ze echter al snel.

Roep
Zeer luid (maar niet luider dan bijvoorbeeld de meerkikker). Een herhaald laag, grommend “whrumm”. Lijkt op het loeien van een rund. Verdragend, tot meer dan een kilometer ver. Ze vormen geen kwaakkoren, ze roepen solitair. Daarnaast kan hij bij vastpakken een afweerroep produceren.

%LABEL% (%SOURCE%)