Rana arvalis

Heikikker

Uiterlijke kenmerken
Lengte tot 7 cm, meestal kleiner. Korte, platte, spitse snuit. Pupil horizontaal elliptisch. Trommelvlies duidelijk zichtbaar. Donkere vlek vanaf het oog door het trommelvlies. Lichte streep over de bovenlip. Rug grijs- tot roodbruin of gelig, ongevlekt tot vol met zwarte vlekken. Vaak met lichtgekleurde lengteband in midden met aan weerszijden donkere wratjes. Op de grens van flank en rug gelige klierlijsten. Donkere vlekken of marmering op de flanken. Buik egaal wit, keel soms gevlekt. Relatief korte achterpoten met volledige zwemvliezen. Metatarsusknobbel hard en zo groot als de halve lengte van de teen waarop hij staat. Mannetjes hebben dikkere voorpoten en in de voortplantingstijd zwarte paringskussens op de duimen. Ze zijn dan vaak opgezwollen door de ophoping van lymfe onder de huid en vaak enkele dagen blauw tot paars gekleurd.

Verspreiding
Noord en Noordoost Europa. In Nederland in de meeste provincies in geschikte gebieden, maar op de meeste plaatsen niet algemeen.

Biotoop
Voorkeur voor vochtig terrein met dichte vegetatie zoals vochtige heide, laag- en hoogveen, ruige rivieruiterwaarden en moerasbos. Voortplanting in open, zonnig, ondiep, meestal voedselarm maar voldoende vegetatierijk water. Er is vrijwel altijd sprake van veenvorming.

Levenswijze
Actief van maart tot oktober. Vooral nachtactief maar in de paartijd (maart en april) ook overdag. Verzamelt zich in voorjaar rond voortplantingswaters, bij zacht weer soms al in februari, en blijft daar slechts enkele dagen (vrouwtjes) tot enige weken (mannetjes). Er worden tussen half maart en half april, 800-3000 eieren gelegd, verdeeld over 1-2 eiklompen. Na 1-2 weken komen de eieren uit, de larven zijn dan 3-5 mm lang. De larven metamorfoseren na 2-3 maanden, bij een lengte van zo'n 4,5 cm. Dit is vanaf eind mei tot in juni. De pas gemetamorfoseerde kikkertjes zijn 1-1,5 cm lang en dagactief. Na 2-3 jaar zijn ze volwassen. Overwintert van eind oktober tot begin maart ingegraven op het land. Vrijwel nooit in water.

Trefkans
Geschikte gebieden rustig doorzoeken. Koren te horen in maart-april, eiklompen maart-april, larven mei-juni, jonge kikkertjes meest in juli.

Roep
Klokkend "wuob...wuob...wuob...", als luchtbellen die onder water vrijkomen uit een fles of een fles die leeg wordt gegoten. Meestal op zonnige dagen rond het middaguur en aan het begin van de avond.

%LABEL% (%SOURCE%)